La construction infinitive
1.
2.
3.
Ik
Hij
Ik
Je
Ze
Ik
zal
kan
moet
mag
willen
zou graag
morgen naar de bioscoop
al goed
nog voor de school
naar de ijsbaan
op de computer
naar de T.
V.
gaan
zwemmen
werken
gaan
spelen
kijken
1.
FUTUR
Sujet + ZAL /...
More
La construction infinitive
1.
2.
3.
Ik
Hij
Ik
Je
Ze
Ik
zal
kan
moet
mag
willen
zou graag
morgen naar de bioscoop
al goed
nog voor de school
naar de ijsbaan
op de computer
naar de T.
V.
gaan
zwemmen
werken
gaan
spelen
kijken
1.
FUTUR
Sujet + ZAL / ZULLEN + complément(s) + infinitif
L auxiliaire "zullen" exprime le futur (il n a pas de correspondant en
français).
2.
Auxiliaires
de
mode
Sujet + mogen + complément(s) + infinitif
moeten
willen
kunnen
Le verbe "mogen" exprime une permission et correspond au verbe
français "pouvoir".
Le verbe "moeten" exprime une nécessité ou une obligation et
correspond au verbe français "devoir".
Le verbe "willen" exprime une volonté et correspond au verbe
français "vouloir".
Le verbe "kunnen" exprime une possibilité ou une capacité et
correspond aux verbes français "pouvoir" et "savoir".
3.
Zou /
Zouden
Sujet + zou / zouden + graag + complément(s) + infinitif
Zou / zouden + graag + infinitif expriment un souhait.
On utilise cette
structure pou
Less